La Bresse 22 tot 25 mei 2008
Vrijdag 23 mei 08
Na een korte nacht, maar met behoorlijk mooi weer in het vooruitzicht, wordt aan de ontbijttafel al meteen verteld dat de grote groep (ongeveer 35 fietsende deelnemers) opgesplitst zal worden, maar dat de organisatie daarvoor hun eigen selectiecriterium heeft.
Met dit gegeven in het achterhoofd vertrekken we allen samen aan de eerste rit.
Het gaat al snel bergop, niet echt stijl, maar we een drietal kilometer aan een stuk, gevolgd door een afdaling. Op het eind van de afdaling staan de organisatoren ons op te wachten en in de volgorde van aankomst worden we in groepen in gedeeld. Naast den “Vliegende Hollander”, de Berkenrijders uit Heusden-Zolder en enkele andere Westvlamingen maken ook 4 van de 5 “Pinguins” deel uit van de zwarte groep. Enkel Stefaan had het op de beklimming heel rustig aan gedaan en verzeilt zo zelfs in de groene groep.
Met de zwarte groep wordt er onmiddellijk aan de meest technische afdalingen begonnen van het ganse weekend. Naar mijn eigen mening mochten ze die voor wat later op het weekend gehouden mogen hebben. Leuk was anders. Grote rotsblokken, steile afdalingen, korte bochten en losse kiezel zorgden ervoor dat er bijna de helft van de afdaling diende gedaald te worden met de fiets aan de hand.
Na verdere lastige beklimmingen (waarbij de hartslag serieus de hoogte werd ingejaagd als we de Vliegende Hollander en de Berkenrijders dienden te volgen) en technische afdalingen, werd rond de middag een uitgebreide lunch ons deel. Tijdens deze pauze beslist Stefaan ondertussen ook om over te stappen naar de rode groep.
Hier wordt ons ook nog eens in het oor gefluisterd dat er op het einde van de rit een heel lastige klim volgt, weliswaar op asfalt. Vol goede moed, maar beducht voor deze informatie, vertrekken we voor het tweede deel van de tocht. En zoals gezegd, komen we plots een muur tegen: de Notre-Dame.
2 km steil bergop op asfalt met pieken tot 26%, gevolgd door nog eens anderhalve kilometer technische en steile beklimming. Veel sneller dan 6,5 km/h wordt er hier niet naar boven gekropen. Op dat moment vindt Koen het al welletjes geweest in de zwarte groep en beslist om ’s anderendaags in de rode groep van start te gaan.
Op het einde van de rit komt Bart nogal knullig ten val, waarbij zijn voorwiel echter wel nog door een fietsenmaker dient gerecht te worden.
Bij het bereiken van de chalet stallen we onze fietsen terug onmiddellijk op het fietsrek om deze niet meer aan te raken, terwijl de andere “zwartrijders” hun fietsen (van een duidelijker hoger allooi) terug in orde brengen voor een volgende “koersdag”.
Ondertussen zitten wij weeral van een welverdiende Leffe te genieten. Voor sommigen niet heel lang, want na de geleverde inspanningen en met een gelijkaardige rit voor morgen in gedachten, keren Luc en Koen reeds om 22h bedwaarts.
Ter info:
- Droog parcours met afwisselend zon en bewolking
- 57 km
- 1.800 hoogtemeters
- Gemiddelde snelheid : ongeveer 14,6 km/h
Zaterdag 24 mei 08
Na een te korte nachtrust, worden we ’s morgens geconfronteerd met een hevige plensbui voor de start van de rit. De moed zakt ons al in de schoenen, vooral bij Bart, Luc en mezelf die het nog maar eens bij de zwarte groep zullen wagen.
Net voor de start van de rit houdt het echter op met regenen, met weliswaar een heel dreigende lucht. De keuze van de geschikte kledij is allesbehalve gemakkelijk. We beslissen om toch maar een regenjasje aan te trekken voor alle zekerheid.
In de zwarte groep wordt er onmiddellijk een verschroeiend tempo aangehouden op de eerste klim op verharde weg. Op het einde gaat het dan nog steiler en onverhard en eens boven beslissen Bart en Luc om eveneens over te stappen naar de rode groep.
Dat maakt dat er van de 5 “Pinguins” er nog 1 overschiet in de zwarte groep, terwijl alle Berkenrijders moedig stand houden in deze zwarte groep.
De ganse rit wordt er weeral duchtig geklommen en gedaald, maar echt moeilijke afdalingen zoals op dag 1 blijven echter uit. De 10 overgeblevenen in de zwarte groep lossen elkaar van geen vin en na een ganse rit stevig doorstampen wordt een gemiddelde van 16,7 km/h genoteerd.
Na twee bijkomende lussen (1 met een deel van de zwarte groep (10 km) en 1 met een deel van de rode groep (12 km) (dus ook alle andere Boskanters)), komen er in totaal 75 km met 2.250 hoogtemeters op de kilometerteller.
Na de rit terug hetzelfde ritueel: De meesten besteden nog minstens een uur aan het terug op punt stellen van hun welsswaar hoogwaardigere (lees: duurdere) mountainbikes, terwijl de “Pinguins” terug onmiddellijk in de Leffes duiken.
’s Avonds volgt er dan nog een quiz waarin we na een inhaalrace op 1 puntje van een ex aequo overwinning stranden. (De sterk onherkenbare Verhofstadt en Stevaert, het niet doordrukken van zijn mening (Luc) bij het raden van het automerk (Daewoo) en een onfortuinlijke Elton John hadden er helemaal anders kunnen over beslissen).
Gelieve ook op te merken dat er aan het avondmaal niet veel woorden worden vuil gemaakt, niet dat het hierbij niet gezellig was, maar als er dan toch een negatieve noot moest zijn tijdens het weekend het wel het gebrek aan kwaliteit van het avondmaal was. Over dag 3 kunnen we niet oordelen omdat we nu reeds beslissen om eens “lekker” te smullen op de terugweg naar België.
Zondag 25 mei 08
Leeggereden beslis ook ik om de zwarte groep te laten voor wat ze is en om de gezapigere rode groep te volgen. Dit komt ons wel op een 5-0 nederlaag te staan tegenover de Berkenrijders (alle Berkenrijders rijden nog steeds in de zwarte groep rond), terwijl zij ook al met de overwinning in de quiz waren gaan lopen. Volgend jaar zal onze revanche echter evenzoet smaken.
Maar nu terug naar de hoofdbrok: de onvergetelijke rit met de rode groep die volledig in het teken staat van de tweestrijd tussen Koen (Guido) en Luc.
Op voorhand krijgen we mee dat de bevoorrading zich bevindt op de top van de Hochneck na een klim van ongeveer 13 km. Om te bepalen wie van de twee de sterkste is (Luc of Koen), zullen we de volgorde van aankomst aan de bevoorrading in rekening brengen (zo wordt hen meegegeven).
De klim wordt echter in stukken en brokken uitgevoerd. Bij iedere herstart zorgt Luc er angstvallig voor om met de eersten mee naar boven te glippen.
En plots zijn we boven, na een heel technisch klimmetje langs een paadje waarbij het onmogelijk is om iemand in te halen. Met de volgorde van de aankomst kan dus moeilijk rekening gehouden worden tot ontgoocheling van Luc.
Bart laat het allemaal niet aan zijn hart komen en doet nog een ultieme poging om Thaïs (de enige vrouwelijke medewerkster van de organisatie) tijdens een ludiek fietstochtje (van 200 m) van zijn capaciteiten te overtuigen.
Na de bevoorrading zullen andere beklimmingen zich misschien beter lenen om uit te maken wie van hen de sterkste is. En zo blijkt: na een beklimming van ongeveer 4 km op een brede, maar onverharde weg nemen Bart en ikzelf de gelegenheid te baat om de achtervolgers in hun capaciteiten te beoordelen. En net hier heeft ook Koen beslist dat hij van zijn statuut van eeuwige loser af wil raken. Kilometers lang probeert hij om zich in het wiel van Luc vast te bijten. Als dit na een tijdje niet meer lukt, besluit hij om het gat koste wat kost niet te groot te laten worden. En danseuse verkleint hij nu en dan de kloof tot hij ons in de verte ziet staan. Het is nu of nooit! Met een heel venijnige eindspurt dicht hij in de laatste meters de kloof om zich met een laatste stuiptrekking toch nog net voor Luc over de denkbeeldige aankomstlijn te gooien. Felicitaties voor een dergelijke heldendaad worden Koen te deel en Luc krijgt het predicaat Leif (naar analogie met Leif Hoste) opgekleefd.
Dat Koen een verder deel van de rit met een kassei in de rugzak afhaspelt kan hem dan al niet meer deren.
In de kantlijn dient nog vermeld dat mijn “fast freds” mij over kop doen gaan (zonder veel erg weliswaar) bij een technische afdaling, waarbij een snel gevolgde Stefaan eieren voor geld kiest door zich in een struik te laten vallen om erger onheil te vermijden.
Ook Koen ziet helemaal op het einde van de rit de wereld op zijn kop tijdens een afdaling met behoorlijk technische stukken.
Na een korte afspuitbeurt voor de fietsen, het inladen van de bagage, een snelle, maar onvermijdelijke Leffe en het afscheid van de organisatoren, de Westvloamingen en de Berkenrijders, keren we vermoeid, maar voldaan huiswaarts terug.
Als het avontuur in enkele woorden dient samengevat te worden, zouden we kunnen zeggen: ZEKER voor herhaling vatbaar en waarom niet al volgend jaar in Sankt-Wendel !!!!!
Ter info:
- Afwisselend zon en bewolking, maar een duidelijk overwicht van de bewolking
- 39 km
- 1.250 hoogtemeters
- gemiddelde snelheid: ongeveer 13,7 km/h
Ter info:
zwarte groep: Op uitzondering van de Westvloamingen, mannen die zich specifiek op dit weekend hebben voorbereid of die regelmatig aan competities deelnemen.
rode groep: Op uitzondering van een paar enkelingen, bikers die heel wat ervaring hebben in dergelijke technische beklimmingen en afdalingen
groene groep: De minder snelle en minder getrainde bikers.